Copyright mededeling

De hoofdbaan waar het allemaal gebeurd

Op deze laag staan de gebouwen en alle andere zichtbare scenery elementen. Dit is een volledig nieuw ontwikkeld plan op basis van diagonalen. In vergelijk met de hoofdbaan van de voorgaande baanplannen is alles gewijzigd.

Uitgangspunt was dat het station Dammtor gebruikt moest worden en dat ik goederentreinen van ongeveer 120-130cm kan verwerken. Dat laatste heeft tot gevolg opstelsporen van ongeveer 140cm vrije lengte. Tel daar de noodzakelijke wisselstraten bij op en zie daar een stevige ontwerp uitdaging. Er is nu gekozen om alle spoor op een niveau te houden. De stad ligt dus 4cm lager door het ontwerp van het Dammtor station. Om een stad te kunnen maken had ik ruimte nodig. Die ruimte is tot stand gekomen door zowel het station Dammtor als het rangeerterrein met goederenstation onder een hoek in het plan te verwerken. De basisplaat bestaat uit een rechthoek met aan de voorzijde links en rechts een uitbreding. Zonder deze uitbreidingen hou je een rechthoek over. Om maximale lengte te krijgen voor het rangeerstation moet je werken in een diagonaal en de rechthoek bepaald de hoek daarvan. Deze hoek meet 22,5°, bepaald niet de standaard van het toegepaste railmateriaal. Het station Dammtor heeft een hoek van 30° gekregen, dat is het dubbele van het toegepaste railmateriaal. Het locdepot ligt in het verlengde van het rangeerterrein en heeft ook een hoek van 22,5° gekregen. Hiermee zijn de uitgangspunten van het plan vastgelegd.

Het station Dammtor is vooraan op de baan ontworpen en ligt half op de rechthoek en half op de linker uitbreiding. Het station kon niet nog verder in de "poot" worden gedrukt omdat dan de bogen van de sporen niet meer te maken waren of veel te krap zouden worden. Op het overblijvende deel is een stukje stad gerealiseerd met een tram. Het station heeft een andere indeling gekregen. Er zijn nu drie sporen voor passagierstreinen. Een spoor ligt dus tussen twee perrons. Uit afbeeldingen is op te maken dat dit in die tijd heel normaal was. Het vierde spoor kent geen perrons en is bedoeld als passeerspoor voor doorgaanden treinen of goederentreinen. In tegenstelling met voorgaande plannen wordt het station nu wel tweezijdig gebruikt. Voor beide uitgangen stopt een tram. De noorduitgang geeft toegang tot het ruime stationsplein (±80x30cm) en een stuk van de stad dat is gelegen tussen het stations tracé en het rangeerterrein. Aan de westzijde wordt de ruimte begrensd door het enkelsporige bergtracé. Binnen deze driehoek ligt een oud stadscentrum met hotel, winkels en woonhuizen. Door de straten rijd een tram.

Uit baanplan 1 is het rangeerterrein gekopieerd. Deze is inlengte iets korter geworden, maar niet zo kort dat er geen sporen meer over zouden blijven voor het parkeren van goederentreinen met een lengte van ongeveer 140cm. Aan de noordzijde zijn enkele fabrieks-spooraansluitingen. Een van die sporen gaat naar de straatzijde van de goederenloods. Op deze plaats kunnen handelaren hun waren direct overladen van de wagon uit op een kar of vrachtauto. De goederenloods heeft hier zijn functie van overslagstation behouden. Aan een andere fabrieks-spooraansluiting liggen enkele fabrieken waaronder de vermaarde drankfabriek Dujardin. Het rangeerterrein kan via een wisselcomplex worden bereikt, dit is het hart van de baan. Op dit complex wordt bepaald waar een trein naar toe gaat, rechtdoor station, afbuigend rangeerterrein of locdepot.

Het locdepot ligt in het verlengde van het rangeerterrein. Er zijn voorzieningen getroffen dat locomotieven overkunnen steken naar het depot. Ook vanuit het station kunnen locomotieven het depot bereiken. Aan de westzijde van het depot is de ingang. De locomotieven rijden dan de verzorgingsstraat in met inspectiekuilen, kolenbunker, slakken en zand afhandeling. Langs de sporen staan overal water. Als de locomotief is afgehandeld gaat deze via de draaischijf naar de loods. Als een lcomotief dienst heeft gaat deze via de draaischijf naar de noordelijke uitgang en komt via een ruime boog terecht op de oostzijde van het wisselcomplex. In het loc depot zijn alle noodzakelijke voorzieningen aanwezig. In de locloods is ruimte voor 13 tot 15 locomotieven. Buiten de locloods zijn nog enkele opstelsporen. Er is ook een reparatieloods die via de wisselstraat kan worden bereikt. In deze loods worden hoofdzakelijk reparaties aan wagons uitgevoerd, de reparaties en het onderhoud aan locomotieven vindt in de locloods plaats.

Het bergtraject is verdwenen. De houtzagerij is gebleven en heeft een fabrieks-spooraansluiting. Omdat het station op de rand van bergen is gesitueerd gaat dit spoor iets omhoog. Aan het einde van de lijn, enigszins verscholen in de bossen, staat de houtzagerij. Er is een voorziening dat een locomotief kan omrijden.

Laatste versie van de hoofdbaan van baanplan 2

De tussenlaag met de helixen of spoorspiralen

Om naar het schaduwstation te kunnen gaan zijn er helixen of spoorspiralen opgenomen met een aanvaardbaar stijgings/dalingspercentage. Het stijgings/dalingspercentage van de krapste boog is ongeveer 1.9%. Er zijn mogelijkheden om treinen rondjes te laten rijden of te keren.

In de rechter helix heb ik in het uitgerekte gedeelte een keerspoor opgenomen. Aan de noordzijde is tussen de wissel naar het binnenste spoor en de boog in het binnenste spoor een wissel toegevoegd. Op dit wissel is een spoor aangesloten naar de onderzijde van het binnenste spoor. Met deze railverbinding kan een trein keren zonder dat deze naar het schaduwstation moet. Het bergspoor heeft de plaats van het spoor naar het bergdorp ingenomen en loopt achterlangs en om de rechter helix heen. Daarna langzaam afdalen naar het punt waar het spoor aansluit op wat vroeger de paradebaan was. In de rechter helix kan voor de keerlus worden gekozen en daarmee wordt de illusie gewekt dat de trein weer terugkomt vanaf het bergspoor. De trein arriveert dus aan de westzijde van het station. De wisselcombinaties in de tussenlaag zijn zo een belangrijke schakel geworden en bepalen waar een trein naar toe gaat.

Tussenlaag van baanplan 2

Copyright mededeling Tussenlaag getekend met Scarm in 3D
  Impressie van de tussenlaag in 3D gezien van zuid-oost richting noord-west. Goed zichtbaar zijn de hoogteverschillen van de linker en de rechter helix. De nieuwe toevoeging om een trein in de lus te keren is goed te zien, net achter de voorste helix. Bvenlangs gaat dan het bergspoor dat achterin de aansluiting heeft met de dubbelsporige baan.  

Het schaduwstation

Het schaduwstation is overgenomen van baanplan 1 en er is eigenlijk niet veel gewijzigd. De volgende aanpassingen zijn gemaakt;
  • de drieweg wissel in het onderste verdeelstation is vervangen door een normaal wissel.
  • het spoor van de blauwe verdeel sporen is doorgetrokken tot aan de onderste boog aan de westelijke kant.
  • in de onderste boog aan de westelijke kant is een wissel opgenomen voor de blauwe verdeel sporen.
  • het spoor voor de aansluiting met het trainsafe systeem.
  • aan de linkerzijde is nog een mangat opgenomen om eventueel op de tussenlaag iets te moeten rechtzetten.
  • onderaan nog een klein stukje vrijliggende spoor, dit is het programmeerspoor.
Met dit schaduwstation kan ik 7 reizigerstreinen (groene railsecties, wachtstation A) en 11 goederentreinen kwijt (groene en lichtblauwe railsecties, wachtstation B). Er is dan ook nog een reservespoor. De donkergeel getekende rail secties zijn in principe bedoeld om direct door te rijden. Het paarse spoor in het baanplan is voor de ongevallentrein, op de toplaag heb ik daar geen ruimte voor. Dit is een trein die zich sporadisch zal laten zien.

Treinen langer dan totale lengte 150cm zullen er niet komen, omdat uit de prestatie gegevens van de locomotieven blijkt dat in bergachtige streken een trein met een gewicht van 600 ton al veel problemen geeft. Die 600 ton laat zich eenvoudig vertalen naar treinlengte door te delen met 15 ton per as. De treinen zullen dus niet meer dan 40 assen tellen en dat zijn 20 twee-assige wagons of 10 vier-assige wagons. In model zal dit een treinlengte opleveren van ongeveer 120 tot 130cm. De resterende lengte komt voor rekening van de locomotief. Inmiddels heb ik vrij veel literatuur en ook daaruit blijkt dat in het middelgebergte treinen van 300 ton en 600 ton standaard waren. Er werd wel gezocht naar nog sterkere locomotieven om ook de treinen van 1200 ton te kunnen trekken zonder de niet rendabele voorspan- of duw locomotieven.

Schaduwstation van baanplan 2

De tram

Een andere spoorliefhebber heeft een tram uit epoche I-II gemaakt en uitgewerkt in 3d-tekeningen. Deze tekeningen kunnen dan worden geprint door een 3d-printer. Als basis dient de Busch Feldbahn locomotor en losse wielsets. Dit trammetje is te koop bij RailNScale. Er is nog geen oplossing voor de enorme herrie van de Busch Feldbahn locomotors. Eveneens moeten er meerdere trams gaan rijden, dus digitale aansturing zoals bij de locomotieven is gewenst. Ik zal dit dus verder moeten uitzoeken.

Daarop inhakend heb ik voor Scarm een N-Tram rail bibliotheken gemaakt, deze zijn opgestuurd naar de leverancier van Scarm. De baan heeft ruimte voor maximaal ongeveer 5 trams, de blokindeling is hierin bepalend. De N-Tram rails zijn iets duurder dan die van de Busch Feldbahn, maar er zit dan wel straat bij in steentjes motief of in asfalt. De nu getoonde trambaan gaat uit van N-Tram railelementen.

Copyright mededeling Trambaan op basis van N-Tram

Volledige baan in 3D

De 3D mogelijkheid van Scarm is meer dan een leuke afbeelding van hoe het er ongeveer gaat uitzien. Met de 3D mogelijkheid kan goed bekeken worden of tussen boven elkaar liggende segmenten voldoende ruimte zit. De noord-west hoek is er zo een, de ruimte tussen de boven elkaar liggende sporen is minimaal 45mm. De 3D beelden lieten ook zien dat er nog mogelijkheden waren voor het bergspoor om de helling af te zwakken.

In deze 3D presentatie zijn bijna geen bomen zichtbaar. Ik zit met dit plan tegen de grenzen aan van mijn oude computer met een P3 795Mhz processor met 512Mb geheugen. Een 3D opbouwen moet vlak na de start gebeuren omdat er anders geheugenproblemen ontstaan. De P3 heeft er stevig werk aan en neemt zijn tijd.

Copyright mededeling Volledige baan in 3D
 
Impressie van de baan in 3D gezien van zuid-oost richting noord-west. De gebouwen zijn rode blokken. Goed zichtbaar zijn het station, het loc depot en de rangeersporen. In het locdepot is de kolenbunker beter neergezet. Rondom het station zijn ook de stadshuizen zichtbaar. De bomen zijn vanwege computerproblemen weggelaten.
 


Copyright mededeling Volledige baan in 3D
 
Impressie van de baan in 3D gezien van voren. Goed zichtbaar zijn het station, een stuk van het loc depot en de rangeersporen. De stadshuizen achter het station zijn nu goed zichtbaar. De zagerij is achterin zichtbaar als een verlaten gebouw. Het is de bedoeling dat de zagerij in het bos komt te staan, de groene vlakte wordt dus met bomen gevuld. De drankfabriek met andere gebouwen en fabrieken moeten een fabriekscomplex gaan vormen.
 


Copyright mededeling Volledige baan in 3D
 
Impressie van de baan in 3D gezien van west richting oost. Goed zichtbaar zijn de stad, het station met daarachter nog net zichtbaar een huizenblok. In de verte is de locloods zichtbaar.
 


Copyright mededeling Volledige baan in 3D
 
Impressie van de baan in 3D gezien van de oostzijde richting westzijde. Goed zichtbaar is het locdepot met de verschillende onderdelen. Het rangeerterrein ligt er nog verlaten bij. De stad en het station zijn in de verte zichtbaar.
 


Copyright mededeling Volledige baan in 3D
 
En zo ziet de volledige baan van bovenaf gezien er uit. Dit is echt druk, een spagetti aan rails waar je niet zo snel uit bent. Door het kunnen werken in lagen zijn wijzigingen iets makkelijker aan te brengen. Gebouwen, bomen en terrein hebben een eigen laag. Het schaduwstation, de tussenlaag en de toplaag hebben ook een eigen laag.