Baureihe 81

In eerste aanzet waren er plannen bij de DRG om tenderlocomotieven te maken met aandrijfwielen met een diameter van 1250 mm. Van dit type zouden dan drie configuraties worden gemaakt, een C, een D en een E opstelling met een as massa van 20t, 17,5t en 15t. De versies met 17,5 ton werden als eerste gemaakt, alleen niet met aandrijfwielen met een diameter van 1250mm, maar met een diameter van 1100mm. Dit werden de BR 87 als een Eh2, BR 81 als een Dh2 en BR 80 als Ch2. Pas later werd de BR 89 met 15ton aslast op de rails gezet. Het grote voordeel van deze serie is de uitwisselbaarheid van onderdelen.

De Hanomag fabriek heeft in 1927 10 stuks afgeleverd. Er stonden nog 60 stuks gepland, maar door de oorlog werd dit programma stop gezet. De prestatie eisen zijn als volgt; in het vlakke land 1100 ton trekken met een snelheid van 45 km/u. Op hellingen van 10 0/00 425 ton met een snelheid van 25 km/u en op hellingen van 25 0/00 160 ton met 25 km/u trekken. Deze prestatie eisen werden moeiteloos gehaald. De ketel gaf bij een snelheid van 40 km/u een duurbelasting van ongeveer 736kW (1000 PSi). Met de water- en kolenvoorraad kon de locomotief 3 uur vooruit, in die tijd werd dit gezien als een grote actieradius.

Copyright mededeling Tekening van de BR 81
  tekening van de Baureihe 81  



Technische specificaties van de Baureihe 81
Indienststelling 1928
Asindeling D h2
Dienstgewicht 67,5t
Wrijvingsgewicht 67,5t
Middelste gekoppelde aslast 16,9t
Lengte 11,08 mtr
Snelheid max. 45 km/u V / A
Vermogen 1000 PSi
Tender -- / --
Kolenvoorraad 3,0t
Watervoorraad 8,0 m³


Alle voor spoor N verkrijgbare Baureihe 81 locomotieven worden gemaakt door Fleischmann. Bij Fleischmann is de DRG uitvoering uitverkocht, hier en daar zal deze uitvoering nog in een winkel te koop zijn en anders op beurzen. Het Fleischmann model is relatief eenvoudig om te bouwen naar digitaal bedrijf. Zoals altijd, het loont om te wachten met ombouw als dat nu niet direct nodig is. De converters worden per versie kleiner en hebben meer functies. De locomotief is analoog ook met kruipsnelheid over de baan is te sturen, dus daarvoor is het niet nodig.

Op de modelbaan is het interessant om te weten wat de machines in het echt presteerden. Met wat rekenwerk kan dan een realistische sleep aan de locomotief worden gehangen. Helaas is de tabel erg beperkt weergegeven in het Merkbuch van 1953.

Prestatieoverzicht van de Baureihe 81
km/u 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120
helling wagongewicht in t
0 0/00 -- -- 1785 -- -- -- -- -- -- -- --
5 0/00 1310 880 620 -- -- -- -- -- -- -- --
10 0/00 750 -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
14 0/00 -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
20 0/00 -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
25 0/00 -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --


Hoe nu de tabel te interpreteren? Daarvoor heb je de wagon gegevens nodig. Als je deze niet hebt kun je de volgende vuistregel aanhouden.
  • 2-assige personenwagons, per as 10 ton
  • 4-assige personenwagons, per as 10 tot 12 ton (afhankelijk van type)
  • 6-assige personenwagons, per as 8 ton
  • Goederenwagons, per as 15 ton
Een goederentrein met een sleep van 20 2-assige wagons zal dus 40 assen tellen en treingewicht van 600t hebben. Een D-sneltrein met 6 personenrijtuigen waarvan 5 4-assige rijtuigen en 1 6-assig rijtuig zal ongeveer een treingewicht geven van 248t. De goederentrein zou getrokken door een Baureihe 81 locomotief op een helling van 10 0/00 ruim 20km/u kunnen halen.