Baureihe 55

Deze Baureihe is in enorme aantallen gebouwd door zo ongeveer alle fabrikanten. De eerste BR 550-6 kwam al in 1893 op de rails, de laatste versie een BR23-24 kwam pas in 1923 op de rails. Er is dus 30 jaar overheen gegaan om alle locomotieven te bouwen. Alleen de veel latere BR52 is in meer aantallen gebouwd. Wat dus de P8 in het reizigersvervoer is, is de G7 t/m G9 (allemaal dus BR55) voor het goederenvervoer. De BR55 mag dus eigenlijk niet ontbreken op een epoche II baan. De bekendste BR55 is de BR5525-56, een Pruisische G 81 en werd geleverd als model door Arnold en Fleischmann.

De G 81 was met viervoudig gekoppelde aandrijfassen beter in staat om op bogenrijke trajecten te rijden dan de vijfvoudig gekoppelde G 10. De G 81 heeft een rustiger loop, een geringere rijweerstand en een geringere slijtage op de wielbanden. De G 10 was dus niet zo succesvol, wat de reden is geweest dat de G 81 in zo grote aantallen is gebouwd, te meer daar de ketelprestaties tussen de G 81 en de G 10 niet veel afwijken. De trekkracht prestaties spreken voor zich, op de steile trajecten legt de G 10 het zelfs af tegen de G 81.

  Helling Snelheid Treinmassa in t
  in 0/00 in km/u pr. G 81 pr. G 10
    0 55 1150 1095
    3 50   740   670
    5 40   735   700
    7 35   660   635
  10 25   650   640
  20 20   450   365



Copyright mededeling Tekening van de BR55 <SMALL><SUP>25-56</SUP></SMALL>
  tekening van de Baureihe 5525-56  



Technische specificaties van de Baureihe BR 5525-56
Indienststelling 1913
Asindeling D h2
Dienstgewicht 69,9t + 45,5t
Wrijvingsgewicht 69,9t
Middelste gekoppelde aslast 17,6t
Lengte 18,29 mtr
Snelheid max. 55 km/u V / 50 km/u A
Vermogen 1260 PSi
Tender pr. 3T16,5
Kolenvoorraad 7,0t
Watervoorraad 16,5 m³


Fleischmann en Arnold hebben beiden een BR55 in DRG uitvoering in het programma gehad. Hier en daar is de Fleischmann nog nieuw te koop, Arnold is met zekerheid alleen tweedehands op beurzen te vinden. De Fleischmann versie is redelijk eenvoudig om te bouwen naar digitaal, bij de Arnold versie ligt dat wat ingewikkelder en is zeker niet iets voor beginners.

Op de modelbaan is het interessant om te weten wat de machines in het echt presteerden. Met wat rekenwerk kan dan een realistische sleep aan de locomotief worden gehangen.

Prestatieoverzicht van de BR 5525-56
km/u 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120
helling wagongewicht in t
0 0/00 -- -- 2180 1450 950 -- -- -- -- -- --
5 0/00 1620 1000 735 535 370 -- -- -- -- -- --
10 0/00 920 560 410 300 190 -- -- -- -- -- --
14 0/00 660 395 285 200 -- -- -- -- -- -- --
20 0/00 450 270 -- -- -- -- -- -- -- -- --
25 0/00 335 190 -- -- -- -- -- -- -- -- --


Hoe nu de tabel te interpreteren? Daarvoor heb je de wagon gegevens nodig. Als je deze niet hebt kun je de volgende vuistregel aanhouden.
  • 2-assige personenwagons, per as 10 ton
  • 4-assige personenwagons, per as 10 tot 12 ton (afhankelijk van type)
  • 6-assige personenwagons, per as 8 ton
  • Goederenwagons, per as 15 ton
Een goederentrein met een sleep van 20 2-assige wagons zal dus 40 assen tellen en treingewicht van 600t hebben. Een D-sneltrein met 6 personenrijtuigen waarvan 5 4-assige rijtuigen en 1 6-assig rijtuig zal ongeveer een treingewicht geven van 248t. De goederentrein zou getrokken door een BR 5525-56 locomotief op een helling van 10 0/00 ongeveer 25-30km/u kunnen halen.